Kerk en Carnaval

Wekelijks schrijft oud-KRO-programmamaker Frans Tervoort over bijzondere plekken in Nederland waar Roomse tradities de secularisatie lijken te overleven. Deze keer: het verbond tussen de Katholieke Kerk en carnaval, beneden én boven de rivieren.

Met geloof verbonden
Devoot stapten de oud-prinsen van de Maastrichtse carnavalsvereniging De Tempeleers deze zomer mee in de processie van Onze Lieve Vrouw Sterre der Zee. Misschien vreemd voor een buitenstaander, maar zelf vinden ze het heel normaal. Een van hen, in het dagelijks leven commissaris van politie, gaf me na afloop als toelichting: “Wij willen laten zien dat carnaval niet alleen plezier maken is, maar ook nadenken over het leven en daar hoort ook religie bij. Vanuit de traditie is het feest van carnaval, voorafgaand aan de vasten onlosmakelijk met het geloof verbonden. Daarom ga je als oud stadsprins graag met zo’n processie mee”. Woorden, die me uit het hart zijn gegrepen. Ik zou er aan toe willen voegen: feestvieren is evenzeer een uiting van geloven als bidden, bezinning en maatschappelijk handelen.



Carnavalsmissen
De band tussen kerk en carnaval is er altijd wel geweest, maar vaak niet zonder problemen. De clerus was vroeger vooral beducht voor uitspattingen van allerlei aard. Die verhouding tussen carnaval en de kerk is langzaam beter geworden. In de jaren zestig organiseerden parochies in het zuiden de eerste carnavalsmissen. Voorop liep Den Bosch waar al vele tientallen jaren op de zondagochtend voordat het feest losbarst de Sint-Jan bomvol zit met carnavalsvierders. Inmiddels wordt in het zuiden en oosten van het land in vrijwel iedere parochie wel een carnavalsmis gehouden, waarbij prinsen en raden van elf aanwezig zijn, vaak in het dialect het epistel lezen en de voorbeden verzorgen. In Noord-Limburg kent men als variant de populaire boerenbruiloftmis, waarin mensen zo veel mogelijk gekleed in ouderwetse trouwpakken en zwarte jurken de overigens zeer carnavaleske viering bijwonen. Ik kan me trouwens nog herinneren dat de KRO-televisie al in de jaren tachtig een carnavalsmis uitzond vanuit de Sint-Josephkerk in Utrecht. Iets bijzonders voor die tijd in het westen van het land.

Boven de rivieren
De kerk heeft in meer plaatsen boven de rivieren een stimulerende rol gespeeld bij de opkomst van het carnaval. Het waren vooral de naar het noorden 'geëmigreerde' Brabanders en Limburgers, die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw het initiatief namen om het carnaval in te voeren. Zoals in de Amsterdamse wijk Osdorp waar in 1971 de uit het zuiden afkomstige collectanten van de Pauluskerk de carnavalsvereniging De Osseknarren oprichtten. Hun eerste carnavalsfeest vierden ze zelfs in het voorportaal van hun parochiekerk. Er kwamen meer carnavalsverenigingen en zelfs optochten in grote steden als Amsterdam en Utrecht. Daar is niet veel meer van over. De verenigingen zijn inmiddels ter ziele of leiden een noodlijdend bestaan. Het past kennelijk toch niet bij de cultuur van boven de grote rivieren, behalve dan in katholieke gedeelten van Twente en de Achterhoek en merkwaardig: ook nog in enkele plaatsen in Friesland en Groningen.

Kapelaan Beijk
Vooral de traditionele carnavalsverenigingen in het zuiden hechten aan de band met de plaatselijke kerk. De Heerlense carnavalsverening De Winkbülle heeft zelfs officieel een geestelijk adviseur in haar bestuur opgenomen. Kapelaan Beijck, zelf afkomstig uit de Bollenstreek in Zuid-Holland, voelde de sfeer in het zuiden al snel aan. Hij weet de carnavallisten ook in grote getale de kerk in te krijgen rond de elfde van de elfde, het begin van het carnavalsseizoen. Hierbij worden ook de overleden leden van de carnavalsvereniging herdacht. “Wat mensen vieren in hun leven, moet je ook kerkelijk vieren”, is zijn motto. De carnavalsvereniging is vervolgens ook massaal present op Aswoensdag voor het askruisje. Maar daarover volgende week. Eerst duik ik onder in dit feest, waarin een stukje hemel op aarde komt.

Bron: www.rkk.nl, foto's: Mieke Lamers